Juli 2009
De Mini Fastnet is vrijwel afgerond. Vanavond nog een feest met lopend buffet aangeboden door de bijzonder relaxte en gezellige “Winches Club”, met clubgebouw direct aan de haven, vrij internet overal, faciliteiten en een weken durende ge-oliede organisatie met 100 vrijwilligers op 80 zeilers, uit het dorp Treboul/Douarnenez. Die zelfs midden in de nacht en in de vroege ochtend met maaltijden klaarstaan als je ‘s-nachts de haven binnen komt of gesleept door een zodiac, na een race.
Zuid-west Bretagne, een relaxte, rustige, groene, heuvelachtige on-franse omgeving met vriendelijke mensen, 1100 km ver weg van Nederland.
Eerst de winter trainingen in Pornichet. De winter van 2008 viel mee, vaak erg mooi weer, maar weinig wind over het algemeen en uitzonderingen daargelaten. 2009 viel tegen. In het begin erg koud. Maar hard werken aan boord houdt warm.
De 1000 mijl qualifier naar Ierland vv. Eind maart/begin april was erg koud zelfs. Ik herinner me een nacht dat het feitelijk te koud was om buiten langer te zijn dan 5 minuten.
Van de Pornichet Select, de eerste race, begin april gingen we naar La Rochelle, voor de Mini Pavois race naar Gijon, Noord-Spanje en vandaar via west Bretagne weer terug. Wegens afkorting echter tot Lorient ipv. La Rochelle. Daarna naar Douarnenez, voor de Marie-Agnes Peron race en de Mini-Fasnet, achter elkaar, met een week ertussen.
Stuk voor stuk geweldige organisaties die zich alle moeite gaven, om het de zeilers het naar de zin te maken deze weken.
In Pornichet had ik een appartement gehuurd, ook voor de wintertraining en gedeeld met Ysbrand en Christa. In La Rochelle sliep ik aan boord en in een Etap hotel. In Douarnenez hebben we een mobil home gehuurd en die gedeeld, maar ook sliep ik aan boord of soms, in een Best Western Hotel vlak bij. Zeer de moeite waard trouwens. Het is een kuuroord.
Voor alle races was het bijzonder druk, om aan alle eisen te voldoen. De eisen van de Class Mini, van de locale organisatie en van de Franse Overheid. Solo zeilen staat onder streng toezicht en voor internationale races is niet alleen voor iedere race toestemming van de overheid nodig, maar tevens dat van de IMO (Internationl Maritime Organisation – dochter van de VN).
Het voorbereiden heb ik als een intensieve periode steeds ervaren. Vaak weer het zelfde, maar weer anders. Wel dezelfde regels.
Over de resultaten ben ik tevreden. Ik vaar tegen mensen die inmiddels meerdere jaren in dit circuit racen en bovendien zijn het allemaal erg goede wedstrijdzeilers. Ikzelf heb nu 8 maanden met mijn bootje gevaren.
Mijn plek ligt ergens rond de 15e positie van zeg de 40-45, beetje afhankelijk van de kwalitatieve bezetting. Ik heb niet het gevoel dat ik daarmee mijn grenzen bereikt heb van wat mogelijk is. Wat ik minder goed dan 15e vaar is puur door ervaringsgebrek; en in het geval van de Mini-Fastnet, essentiele materiaalbreuk in combinatie met ervaringsgebrek.
Zoals wel duidelijk is voor me is dat de sfeer bij de Winches Club/Treboul wel de kroon spant.
Het varen met deze racemachientjes is een ervaring op zich en is verslavend. Klein, licht en schade gevoelig. Met een “beperkt” budget kan je hier meevaren. De uitdaging is groot. Het omvat een groot gebied: naast de gewone race kennis- en kunde, zelfmanagement, zelfinzicht, gevoel, een bepaalde houding/attitude richting boot en omstandigheden om –letterlijk- te kunnen overleven. Weerkunde. Wijsheid, pushen zonder te forceren en anders gas terugnemen tot verantwoordelijke niveaus. Dat vereist soms een enorme discipline en hardhead voor jezelf. Dan gaat het vaak niet om het maximale, maar het optimale om het langdurig uit te kunnen houden en resultaat te boeken. Korte termijn inleveren voor lange termijn opbrengst. Dat staat vaak haaks op onze –menselijke- instelling van korte termijn geluk. En dan zijn er de risico’s dat die vermeende opbrengst door op korte termijn in te leveren, er toch niet komt!
Dus vooral ook op persoonlijk gebied is dit zeilen, voor mij in ieder geval, een uitdaging.
Door veel mensen wordt dit zeilen als individualistich / solistisch gezien. Er is veel onbegrip en onkunde in de wereld hoe het in deze klasse toegaat. Inderdaad, op zee zit je in je eentje en moet je in je eentje al die problemen aan boord, het hoofd bieden en op moeilijke vragen, het beste antwoord zien te vinden. Behalve VHF en soms visiueel contact, is er geen contact met anderen. Op zee ben je concurrenten maar bestaat toch het besef en het gevoel dat je zo’n race op de een of andere manier met elkaar doet. Zonder referentie dagen achter elkaar is het lasting. Sommige boten zoeken elkaar dan ook op of je vaart vanzelf met anderen in zicht.
En aan de wal is er wel een bijzonder goede sfeer onderling. Iedereen helpt elkaar en de banden zijn vaak sterk. Men staat open voor elkaar en doet naast zeilen en helpen ook andere dingen tussendoor samen. Er wordt veel gepraat op de steigers in groepjes en soms langdurig. Het weer werkt ook mee. Bovendien heeft iedereen wel mensen om zich heen die helpen en ondersteunen. Natuurlijk moet je feitelijk alles zelf doen, maar dat betekent niet dat je alleen maar alleen bent of slechts in je eentje bezig bent. En je komt jezelf hard tegen soms, vooral onverwachts. Daar zit veel persoonlijke lering in. Dus je kan het ook zien als een individueel proces binnen een team of groep. Zo zie ik het in ieder geval.
Dat komt naar mijn mening dichter bij de werkelijkheid dan het beeld dat zich bij outsiders voordoet.
En dan ben ik nu definitief toegelaten tot de Transat 2009. Het zat eraan te komen, inofficieel was dat al bekend, maar toch…..
Eerst vakantie in Juli met zoon Kim in Zweden, Stockholm Archipelago en Frankrijk, Bretagne. Slechte internet en telefoonverbindingen bemoeilijken contact met de buitenwereld en kosten veel tijd. Maar ik heb gelukkig gelukkig, alle medewerking van velen om me heen en dat helpt geweldig.
R.M. Rosen Jacobson, Transat NED 602













