Archive

Archive for December, 2009

artikelen in Zeilen

December 14th, 2009 MLvG Comments off

artikel in zeilen (december): Rosen Jacobson wil meer

artikel in Zeilen (september): Op zoek naar de ‘in-betweens’

Verslag 2e etappe (in 4 delen): Madeira – Salvador de Bahia

December 12th, 2009 MLvG Comments off

Deel 1: Transat 2009,  NED 602    Madeira – Canarische Eilanden

Na wat aanloopproblemen vlak na het uit de haven slepen (stuurautomaat doet het niet….! Of toch wel? – zenuwachtig; niet helemaal aanwezig), was het inzeilen hard nodig, na de “winterslaap” op Madeira.
Winterslaap, want dat was wel het gevoel van al heel erg lang niet meer gezeild te hebben…na tien dagen preparatie op Madeira van de NED 602 en van mijzelf voor de grote oversteek naar Brazilië!
Invaren, bakboord en stuurboord testen en afstellen. Rustig naar de startlijn gevaren met het vaste voornemen om in tweede of derde linie weg te gaan, zodat zo min mogelijk aanvarings risico zou bestaan. Bij de lijn aangekomen kon ik makkelijk inschuiven op een te mooi om waar te zijne eerste linie positie en rustig op de lijn aan varen. Snelheid uit de boot, want we waren wat te vroeg. 35 seconden voor het signaal komt er een golf en gooit me in de wind. Genua komt bak te staan en ik ga ongewild overstag…. Rondje gedraaid en alsnog gestart. Helaas. Dat koste kostbare afstand! Niet erg, altijd beter dan derde linie! Tsja, ik voel dat de concentratie en gevoel nog niet geheel aanwezig zijn. Ik ben er nog niet helemaal.
Dan volgt een kruisrak naar een bovenboei, waar we omheen moeten. Daarna eveneens aan de wind richting Canarische Eilanden. Normaal gesproken is dat een ruime windse koers, maar door het totaal in de war zijnde weer, is dat nu een kruisrak.
Ik besluit eerst naar het westen te varen. Het veld splitst zich op in een oostelijk en westelijk deel. Ik loop hard. Blijf aanvankelijk bij Francisco Lobato op gelijke afstand, over dezelfde boeg. Dat doet me goed. Tot hij besluit overstag te gaan. Ik loop goed en vaar iets minder extreem noord, daar de wind zou gaan draaien. De groep die extreem noord had aangehouden achter me houdend.
De nacht valt. Ik ben misselijk. Voel me niet lekker. Golven komen over. Het blijkt een zwaar rak van enkele honderden mijlen te worden. Rond 2400 uur tack ik richting Canarische Eilanden. De meesten lijken door te varen naar het Westen. Ik werk de gehele nacht door en doe slaapjes tussendoor.
 Twee dagen later, 5 oktober 2009, kom ik als een van de meest oostelijke schepen, in de Archipel aan en valt de wind weg. Ik ben te vroeg getackt bij Madeira, terwijl de ruimende wind waar ik op rekende, veel later kwam dan ik vooraf had berekend. Ik kies mijn slagen zo, dat ik uit de windschaduw van de eilanden blijf en ik pak een 12-tal plekken terug. Het duurt een hele nacht voordat ik langs La Palma kom. God wat is dat een groot eiland, als er niet veel wind staat.
Hard werken, de gehele nacht door. Uiteindelijk lukt het me om met moeite langs Gomera te komen. De Code 0 (=genneker in het Frans, een grote genua op een rol voorop de boegspriet) wordt gezet en later de spinnaker (=Frans voor de Nederlandse genneker)!
We zijn los van de lage druk gebieden en vanaf nu gaan we alleen nog maar spinnakeren en mooi weer krijgen, tot Salvador (denk ik). Nog maar 2800 mijltjes. Eitje. (Dacht ik).

deel II: Van Canarische Eilanden tot Kaap Verdische Archipel

TRADEWINDS?
Toch bleef het nog kwakkelen na La Gomera met de wind. ‘s-Nachts voer ik zeer geconcentreerd met slaapjes tussendoor, waarbij ik op weg naar de Kaap Verdische Eilanden zo snel mogelijk uit de “rug” met weinig wind probeer te komen door eerst richting Afrikaanse kust te varen. Langzaamaan neemt de wind toe tot 4 knoop (nog steeds errug weinig…) en loop ik een dito 4 knoop. Het lijkt erop dat ik ongeveer 13 mijl in ben gelopen op de boten voor me als ik de radio de 7e oktober om 1105 aanzet en naar de weerberichten en posities luister, via Radio Monaco, korte golf.
De wind komt nu uit het Noord-Oosten, dus de Noord Oostelijke Tradewinds zijn voorlopig vooral Noord – Oost Trade en vooral niet “winds“! Vandaag moeten we echt wel uit de rug van hoge luchtdruk kunnen komen.
En ja hoor, wat een genot. Om 4 uur in de middag komt er steeds meer wind, 11/15 knopen ! Wat een verademing. Zou het nu echt beginnen, niet alleen Noord/Oost, maar ook echt de Tradewinds? De barometer daalt, dus het zou echt waar kunnen zijn! We lopen inmiddels easy 9 knoop. Maar of we Bahia halen voordat Kim weer weg is daar, blijft zeer onzeker. Ik maak me er druk over en maak de rekensom van snelheid en afstand steeds weer; ”als ik nou deze snelheden gemiddeld kan vasthouden tot Salvador…….”! Kan het vervolgens (voor nu) uit mijn hoofd zetten.
Ik controleer alles aan boord en kom erachter dat een splitpen door de pin van het bakboord roer niet gesplitst is. Dat betekent dat vroeg of laat, de splitpen eruit gaat, de pin eruit zou floepen en dat mijn roer zou kunnen breken. Euvel wordt over de spiegel hangend, onder water, opgelost. En zo wordt er meer gecheckt, mast, verstaging, etc.
Voor de nacht van 7 op 8 oktober bereid ik zoveel mogelijk eten en drinken voor. Ik mediteer aan het einde van de dag vaak wat of ontspan door ergens te liggen en naar muziek te luisteren. Hoofd leeg maken. Ik probeer me te dwingen om regelmatiger te eten en te drinken. Lukt me niet echt.
Dan, op 9 oktober wordt ik geconfronteerd met een dramatisch probleem, bij het ingaan van de duisternis. Geen spanning meer in de accu’s. Dat betekent geen stuurautomaat, geen slaap en ook geen oplading van de accu’s. En dat betekent weer een nacht van (bijna) stilstand en ongeveer 50 mijl verlies.
Ik leg de boot stil op de hoge golven, na eerst bijgelegen (dat is met zeilen op, de boot stabiel stilleggen) te hebben. Hij gaat alle kanten op. Geen toplicht om door anderen gezien te worden. Met koplamp op zit ik onderin mijn boot, alles nat, haal de deksel van de accu’s en begin met meten en analyseren wat er aan de hand is. De fuelcell (die de accu’s moet opladen), start niet. Ik vervang een zekering die doorgebrand lijkt te zijn. Helpt even. Dan leid ik de bedrading buiten de zekering om direct op de hoofdschakelaar met een ander draadje.
En uiteindelijk kom ik tot de voorlopige conclusie dat het iets met de hydraulische stuurinrichting van doen heeft en dat er sprake kan zijn van kortsluiting. Ik kom steeds onder spanning te staan als ik –zout en nat als ik ben- de accu aanraak. Ik vecht nu tegen het gevoel dat de race over is. Ik dwing me strak en logisch, stap voor kleine stap na te denken en te meten met de spanningsmeter. Rust handhaven en de tijd te nemen om de dingen goed te doen.
Uiteindelijk, ergens vroeg in de volgende ochtend,  lukt het me om een elektrische stuurinrichting werkend (er wordt nog wat gesoldeerd) aan te sluiten en zet ik alleen het grootzeil. Dood moe val ik in slaap en ga af en aan naar dek voor uitkijk. Van de snelheid moet ik het niet hebben vannacht.

10* NIKS WAARD.
De 10e oktober vroeg in de ochtend besluit ik door te gaan met racen. Echter, al gauw voel ik me erg slecht, week, zwak, tot niets in staat en ik heb geen idee wat er aan de hand is. Ik ben 10* niks waard. Ik vermoed dat het met te weinig eten (en drinken ?) te maken heeft van de laatste dagen. Ik besluit deze dag alsnog als race dag af te schrijven om mezelf de gelegenheid te geven zo snel mogelijk op krachten te komen en weer verder te gaan met racen. Ik ben ver voorbij mijn grenzen gegaan over een langere periode (heeee, dat komt me bekend voor…?). Maar nu weet ik het. Nog beter luisteren naar jezelf. In extreme situaties jezelf voortdurend goed blijven verzorgen! Ik dwing mezelf te eten en te drinken. In combinatie met rust voel ik mijn krachten in de middag weer terugkomen. Gelukkig! Wat een heerlijk gevoel! Vast houden nu even graag ja tot Salvador!
En dan is het tijd om er weer tegen aan te gaan en de boot in race-mode te brengen. De spi wordt meteen gezet en daar gaan we weer !

MOST EXTREME MINI SAILING?
Het duurt niet lang of de wind gaat steeds meer toenemen. Was het niet de barometer die nogal daalde….? De golven worden in korte tijd hoger en hoger, zo’n een meter of 4-5. Dan is het rond de 35 knoop wind (B7-8) met uitschieters richting 40 en voordat ik er erg in heb surf ik harder dan deze golven die toch al zo’n 20 -25 knoop hard zullen gaan schat ik, naar beneden. Dat gaat niet zomaar.
De boot wordt uit het water gelicht -eigenlijk wil hij gewoon in de lucht schieten en gaan vliegen- en de kiel voor het grootste gedeelte ook. Alleen de roeren blijven min of meer steeds achter tegen de golf hangen. De boot wil steeds weer harder, “vliegen“. Dit heeft tot gevolg dat de achterkant steeds uit de langzamer gaande golf getrokken wordt, de boot weer terugvalt met de brede achterkant op die golf, de ene keer naar links vallend, de ander keer naar rechts vallend. De enige reden dat we niet gaan vliegen, zo voelt het, is de weerstand aan de onderzijde van de boot, door de kiel-bulb in het water. Zo spring ik van links naar rechts en omgekeerd, steeds weer terugvallend op de brede achterkant steeds lager op de rug van de golf.
Dit zijn lange surfs, geen idee hoe lang want ik pak daarna weer meteen een ander golf op.
De krachten op de verstaging, wantputtingen/dek doorvoer en de mast zijn gigantisch. Dit is gekkenwerk. Ik stuur volledig impulsief, intuïtief, zintuiglijk met korte snelle bewegingen in opperste concentratie en houd daarmee het springen van de boot binnen grenzen en onder controle. Ik voel wat de boot nodig heeft. Denken kan niet want dat vertraagt de reactie. Als ik mis stuur, er nu maar iets mis gaat of een roer breekt gaat de boot dwars op de golf, worden we gewassen en ligt de mast eraf.
Gelukkig blijft alles in mijn opperste concentratie eigenlijk verbazingwekkend “stabiel” en na een onbekende tijd –ik kan me met geen mogelijkheid meer herinneren hoe lang ik zo extreem ben bezig geweest- heb ik de spi weten te droppen danwel nam de wind weer af. Ik heb geen herinnering op dat punt. Mijn eenheid met het schip was totaal. Mijn gevoel schakelde steeds van: kan dit schip dit aan, hoe voelt dat, is er een zwakke plek, kan dit überhaupt wel, voel je, hoor je, zie je iets onregelmatigs…. ? Nee, alles lijkt gewoon te kunnen. We gaan door, maar hoe lang ? Wanneer en hoe stop je zo iets? Alleen de dikke RVS bakboord wantputting lijkt iets uit te buigen, iets verder van dek te komen, maar het kan gezichtsbedrog zijn.
En langzaam dringt het tot me door dat mijn NED 602 werkelijk super is en langzaam aan durf ik mezelf voor te houden  (naar het door mij gewenste antwoord toe redenerend dat het kan…. !) : ook hier is ie voor bedoeld……moet ie tegen kunnen……is op de tekentafel en bij de bouw rekening mee gehouden……Heus, die mensen wisten wat ze tekenden en bouwden…..
Later, op de GPS max speed display kijkend, zie ik dat ik 28,82 knoop, is de ongelofelijke snelheid van 52 kilometer per uur, gesurfd heb. En ik dacht nog wel dat het de 30 knoop voorbij moest zijn geweest……tegenvaller…! Pocket Rocket!
Deze onwaarschijnlijke ervaring zal me altijd bij blijven. En dan te bedenken, dat ik die ochtend nog 10* niets waard was…….
Zo heb ik de hoop dat ik die dag toch nog wat afstand terug heb kunnen pakken, in zeer korte tijd……
Mmmmm, voorlopig dus nog geen eitje, deze race, maarrrr, erger kan het niet worden lijkt me…..

deel III: Kaap Verdische Archipel naar de Inter Tropical Convergentie Zone (=ITCZ=Doldrums=”Pot Au Noir”)

Na de harde wind blijven we spinnakeren: wanneer de wind minder wordt, zetten we steeds grotere spinnakers. Ik blijk 29e te liggen. Het doorblazen met de kleine spi heeft gewerkt zij het niet groots…..
Nu is het zaak om in een gestrekte lijn naar de Inter Tropical Convergence Zone te varen (de ITCZ=Doldrums). Er is geen contact met anderen en ik probeer iedere dag via radio Monaco de ranking en weerberichten te ontvangen. De vloot lijkt in elkaar te schuiven, want in het Noord Sierra Leone gebied is er weinig wind.
Ook lijkt het erop dat ik de fuel cell problemen heb opgelost. En ik besluit definitief niet te stoppen in de Cabo Verden.
Echter, met de hoge snelheden komt er wel erg veel water achter in de boot, door opspuitend water bij de roeren en water dat over het schip rolt. De fuel cell zit daar en die houdt niet van water. Het water gutst naar binnen in de spiegel. Ik probeer de tunnel droog te houden, wat redelijk lukt. Gelukkig.
Ook vliegen de vliegende vissen me om de oren. Ze zijn overal en ik verdenk er een van binnen te liggen rotten, want het stinkt daar, voorin. Ze stinken zelfs ook bij leven, onbeschrijfelijk erg zelfs…
Dan slaat het drama weer in de nacht toe. Weer geen fuel cell, geen elektriciteit. Ik ben over over moe en probeer toch door te spinnakeren. De pikdonkere nacht in, zonder referentie om op te sturen. Steeds val ik in slaap en de boot loopt daardoor regelmatig uit het roer. Uiteindelijk haal ik de spi eraf en laat de boot eerst alleen op grootzeil verder gaan. Dit gaat ook niet en ik haal nu ook het grootzeil eraf en ga slapen. Ik begrijp er niets van. Ik reken uit wat ik aan elektriciteit verbruik en dit klopt helemaal niet met het verminderen van de spanning in de accu’s.
Ik heb nu 125 mijl verloren in totaal. Zelfs Yves Ragot hoor ik op de radio, terwijl hij 30 uur gestopt heeft in La Palma.
Wat er ook gebeurt, het mooiste geschenk is als zoon Kim en ik elkaar in de armen kunnen sluiten, daar in Salvador. Dat komt maar steeds weer in me op.
Nu raak ik erg boos. Zoveel verlies. Ik rationeer zowel de elektriciteit als het gas, waarvan ik eveneens meen te weinig bij me te hebben. Al met al blijk ik onbegrijpelijk maar waar, toch een plaats te zijn opgeschoven! Er liggen nog alle kansen om in de eerste helft te eindigen lijkt het.
Het is waanzinnig warm en overdag is het niet te harden, buiten in de zon. Dan maar binnen zitten. Het ontbreekt me aan goede kleding.
De ITCZ verplaatst zich nogal lijkt het en ik begin er vanaf ongeveer 13 oktober rekening mee te houden. Ik aas op mogelijkheden om verder te komen in het veld. We zitten nog ongeveer 60 mijl van het Zuid Sierra Leone gebied verwijderd. Dat betekent ook ongeveer 60 mijl van de ITCZ! Ik verwacht nu daar vannacht om 3 uur te zijn. De weersvoorspellingen doen mij angst inboezemen, terwijl ik de pikdonkere lucht zie met bliksems in de verte: 45 knopen wind en zware onweersbuien. Alles aan dek is klaar voor zeer zwaar weer. Ik ervaar angst maar besef dat dat geen zuivere leidraad is. Het is het onbekende. En daar mag je je onzeker over voelen. Dat is het.
Zo langzamerhand is er overal bliksem en weerlicht vlak bij mij ten zuiden. De ITCZ lijkt Noordelijker dan verwacht. En ik zit daarom nu te oostelijk om er rond de 27 graden westerlengte doorheen te gaan. Ik besluit meer west voor te gaan liggen en nog niet de ITCZ te attaqueren.
Ik lig op mijn natte matrasje. Het is donker. Ik probeer de slaap te vatten om enigszins uitgerust aan dek te kunnen zijn voor langere tijd als de narigheid echt gaat losbarsten. En ik besluit om mijn “point of attack” pas te bepalen die dag, 14 oktober om 1130 uur, na het weerbericht. Ik tuf rustig door in westelijke richting. Ik val in slaap en slaap ongebruikelijk diep. Voor 20 minuten.
De volgende ochtend is de kogel door de kerk. Om 1200 uur gijp ik en vaar in zuid-zuid-westelijke richting, de ITCZ binnen, precies op het punt wat ik denk dat het beste is: geen wind; harde wind; bliksems overal en vooral stortregens.
De 14e ’s-avonds, je gelooft het niet, heb ik weer een elektriciteitsprobleem. Er staat veel wind, zware buien wisselen elkaar af en op de radio hoor ik andere schepen met gelijksoortige ervaringen. Ook hoor je angst. De hele nacht ga ik bijna hard. Als er te veel wind is haal ik de spi eraf en zet hem later weer net zo makkelijk. Ik draai mee met de wind, vaar goed, slaapjes van 20 minuten, alles zeik en zeik nat. Hoosbuien.
Ik klim nu op naar de 26e plaats. We gaan weer de goede kant op, twee plaatsen gepakt! Alleen het stuurprobleem is niet opgelost. Er lijkt nog steeds kortsluiting te zijn en ik stuur veel en lang.
Dan wordt de wind zwakker en wordt het aan de wind varen. Soms de gennaker, soms een spinnaker zelfs als er behoorlijk wat wind komt en uit het Noordoosten! Ik vermoed dat ik nogal westelijk van de vloot nu zit en ik zet de aanval in, maar nu op mijn voorliggers! Op naar de 24e positie! De ITCZ zou hier ongeveer 200 mijl breed zijn, waarvan we ruim de helft gehad hebben.
Nog 1400 mijl nu naar Salvador! Zou ik daar op mijn verjaardag zijn? Logischerwijs zou ik toch mijn zoontje na 4000 mijl varen, 30 dagen op zee, 55 jaar geworden, in de armen moeten kunnen sluiten. Dit feest mag hij niet missen! Om zijn leven lang niet meer te vergeten! Ik ben er geëmotioneerd door. Maar ik ben er nog helemaal niet!
Eerst nog even 1400 mijl afleggen. Peulenschil na alles wat ik achter me heb! Ik lig de 18e nog 50 mijl achter op nummer 1!
De ITCZ ben ik wel door nu. Let’s go ! Het laatste rechte end. Op naar het zuidelijk halfrond. Daar is alles heus veel beter dan in het Noorden. Het is duidelijk: Vanaf nu geen vertragingen en problemen meer! Dacht ik. Wilde ik.

deel IV: Inter Tropical Convergence Zone – Salvador de Bahia

Door alle problemen en weinige rust van de ITCZ ben ik door-en-door moe. Ik val in slaap en vergeet het alarm aan te zetten. Dan word ik vroeg in de ochtend, een uur of 6 schat ik nu, ergens wakker, maar kan mijn ogen niet open krijgen. Later dwing ik mezelf op te staan en naar dek te gaan. Op de tast en buiten krijg ik mijn ogen pas open, maar zie ik niks, alsof er geen verbinding tussen mijn hersens en mijn ogen nog is. Dan ga ik weer zien en valt er niks te zien! Behalve dan dat er heel weinig wind is en het grootzeil 3*gereefd is en de boot veel te langzaam loopt. Dan besef ik langzaam aan dat ik deze nacht van erop of eronder, gewoon geslapen heb en de boot voort gehobbeld is! De boot wordt weer op snelheid gebracht en we blazen weer door. In ieder geval ben ik weer wat uitgerust zullen we maar zeggen….
Ik vaar naar het oosten omdat volgens het weerbericht daar de Z-O wind zit en hier de wind steeds tegen draait, welke koers ik ook vaar, naar het zuiden of naar het oosten. Helaas vind ik die voorspelde Z-O wind niet en tijdens de SSB uitzending van die dag blijk ik van een 20e naar een 29e afgezakt te zijn, per meting van 0730 uur UTC die morgen. OEN! Later blijkt dat ik zelfs 18e heb gelegen! Nog meer oen!
Aan de wind nu naar de evenaar. Ik ben nogal teleurgesteld (in mezelf denk ik) en voel dat ik een opkikker kan gebruiken. Die komt ook want als ik later die dag, dat moet de 19e geweest zijn, achter me kijk aan het einde van de middag, zie ik een groot zeil aan de horizon. Dat moet een boot accompagnateur zijn want dat ziet er niet als een mini zeil uit! We hebben radio contact. Ik loop aan de wind en als een trein. We willen foto’s en films maken van elkaar maar hij komt niet dichterbij en het begint al donker te worden. Dan laat ik mijn grootzeil los om de vaart eruit te halen. Uiteindelijk, wel een uur later, is de rode “Poderange” bij me. Het is de oude BT Challenge boot van de begeleidingsschepen. Alle 12 bemanningsleden staan aan dek met filmcamera’s, fototoestellen op de boeg, overal! Mensen! Wat een vreemde gewaarwording is dit om mensen te zien. We zwaaien en maken foto’s en films. Ik voel me een beetje een aap in een kooi. Maar het maakt niet uit. Films maken is lastig, vanwege de deining. Tenminste, voor mij met mijn kleine bootje. Het doet me erg goed en ik kom weer in een betere stemming terecht, als zij langzaam, met vol tuig en motor full speed ahead aan, onder me langs wegglijden met daarachter de ondergaande zon. De schipper zegt dat de film en/of foto’s doorgestuurd worden naar Denis die ze dan waarschijnlijk op de site van Transat650 zet die nacht. Of ik nog een boodschap voor bij de foto’s heb. Natuurlijk: “Of men het niet erg vind dat ik me die morgen niet geschoren heb en mijn warme groeten aan zoon Kim, die ik wel de 25e in Salvador zal zien….”! Ter discretie van Denis. Later blijkt dat alleen de foto’s in de gallery gezet zijn…. Ik had de 24e graag aan willen komen, maar ik schat die kansen nu niet meer hoog in.
Nu is het zaak weer mijn doel, de eerste helft van het veld, te bereiken. Plan mijn slaapjes nu zorgvuldig en zet steeds het alarm! s-‘Nachts ruimt de wind wat en zet ik de gennek. Het wordt kritisch maar we lopen hard en ik moet het labiele evenwicht met hand en tand verdedigen! Later pas ik de trim aan om wat meer comfort te hebben.
Dan zie ik een mini zeiltje boven me! De eerste in, wat zal het zijn, 2 weken! Het is Sandrine, die zegt water te maken nadat de bliksem naast haar insloeg. Ze zegt dat ze het goed redt en houdt zonder genneker, hoger aan dan ik. We houden regelmatig contact met elkaar en bespreken de strategie, hoe te varen. Datzelfde doen we ook met Gaetano, die overigens steeds slechter hoorbaar is en mogelijk verder achterop raakt. Alleen Gaetano wil proberen boven Sao Pedro langs te gaan. Sandrine en ik besluiten onderlangs te gaan. Ik raak haar uit het oog.
Het is de dag van het onbegrip en de desillusie. Nauwkeurig en hard gevaren, de gehele dag. Maar nu blijkt dat ik van een 29e naar een 33e plaats ben gezakt. De moed zakt even naar mijn blote voeten. Mensen die ik normaal gesproken achter me moet hebben, varen plotseling 100 mijl voor me! Ik kan me alleen voorstellen dat er een groot verschil in windrichting en –sterke hier de oorzaak van moet zijn. In ieder geval groot onbegrip en enige desillusie aan boord van de NED 602! Ik begrijp er helemaal niets van hoe het komt dat de verschillen plotseling zo groot zijn.  De latere aankomst en daardoor Kim missen, het electriciteits probleem maken het er niet beter op. Zo verval ik van hoop in onbegrip. Het veld wordt in sneltempo uit elkaar getrokken zo.
Vreemde Transat dit jaar. Grootste deel aan de wind gevaren. Nog 8 dagen denk ik, althans, met deze snelheid. Het moment van aankomst ivm. Kim blijft me sterk bezighouden.
Ik trim de boot op zijn snelst en stop daar veel energie in. Als ik beweeg en naar lij ga, gaat de boot schuiner en loopt dan vrij snel uit zijn roer of gaat geheel plat. Ik heb maar 2 plekjes om te zitten: buiten, achter, aan loef en binnen aan loef op mijn matje tussen alle stacking in, maar dan wel achteroverhangend om zoveel mogelijk gewicht loef te hebben.
Er is een enorm lek in de bakboord verstagingsdoorvoer ontstaan. Er is zo hard gevaren dat het nu permanent in stralen naar binnen loopt . Ik heb moeite met de tijd tot Salvador. Het is allemaal erg lang en ver en het missen in Salvador van Kim treft me steeds nogal hard. Ik houd er rekening mee dat mijn familie met Kim niet probeert in Salvador te blijven. Maar ik kan nog moeilijk wennen aan die gedachte. Het maakt me verdrietig. Maar goed, de handfakkels, één  voor hem en één voor mij, liggen klaar om samen aan boord na de finish als een dubbel vreugdevuur in meerdere opzichten, te ontsteken.
Ik eet steeds dezelfde maaltijden, want er is niet veel variatie. Het maakt niet zo erg uit. Ik “geniet” er toch steeds weer van want ze zijn HEERLIJK! Behalve dan zo langzamerhand de Engelse ontbijten, waar ik 2 of 3 variaties van heb. Mijn enthousiasme gedurende de eerste Etappe (filmpje “gevriesdroogde borrelhappen”), neemt nu ietsje af. Het water gaat nu ook hard, met bijna 5 liter drinken per dag. Ook daarvan twijfel ik of ik het nu ga halen met wat er over is. Ik lig namelijk ook te zweten op mijn matje vanwege de warmte die de fuel cell ’s-nachts afgeeft. Alles is nu volledig nat en zout van binnen; van het zweet en van het zoute zeewater.
20 oktober passeer ik de evenaar op een westerlengte van 30 graden en 10 minuten. De situatie is als volgt gewijzigd. Er is windkracht 4, ik loop minimaal 160 mijl per etmaal, ben nog 900 mijl van Salvador de Bahia verwijderd. Voorin gaan ze nu hard en lopen uit. Binnen 24 uur krijg ik, althans volgens de weerberichten, ook harde wind, eerst uit het oosten en dan uit het noordoosten. Dan gaan bij mij alle registers open, dat begrijp je.
22 oktober vaar ik langs Fernando de Norongha, op krappe afstand. Het is de dag van de relatieve rust. De wind draait naar het oosten, nou ja, een beetje. We lopen hard en surfen. De wind valt wat weg later op de dag. Later op spinnaker gaat het goed en gaan we de avond in. Ik verwacht nu een etmaal van ongeveer 200 mijl te varen. Nog twee etmalen van 200 mijl en dan ben ik er! Ik kan me niet voorstellen! Maar het lijkt echt te gaan gebeuren. Maar ik blijf filosoferen hoe men bezig is om het vertrek met Kim uit te stellen. Er is verschil in hoop en realiteit. En dat weet ik.
Mijn ETA finish Salvador schat ik op zondagochtend 25 oktober. Ik lig nu 27e en trek alle registers open. Ga maximaal. Vertrouw mijn materiaal en het is nog maar 48 uur! Ongelofelijk. Ik vaar dag en nacht op het randje en stuur erg veel, ook om elektriciteit te sparen. Soms gaat de spi eraf of wissel ik voor een kleinere om even te slapen. Heb regelmatig met enkele Fransen contact, ondermeer met Marc, een maatje van me. Ook Greg roept me enkele keren per dag op…! En ik hoor hem met een ander praten, die ergens voor me ligt, ongeveer 25 mijl, maar die ik zelf niet kan horen. Later blijkt dat Andreas te zijn, die ik vlak voor de finish nog zal passeren.
Dan blijkt dat ik –en anderen ook- geen weerberichten en rankings meer kunnen ontvangen vreemd genoeg. We denken dat er iets mis is met de verzending via de korte golf.
De 24e komt er een vliegtuigje over. Echter, hoewel ik denk dat het Kim en Jaap c.s. zou kunnen zijn, lijken ze niet echt in de NED 602 geïnteresseerd. Ook bij Greg gaan ze langs. Het vliegtuig reageert niet op mijn oproepen op kanaal 16. Later blijkt dat toch familiebezoek te zijn geweest. Ik lig nu, blijkt achteraf, 24e.Mijn verjaardag. Gestart als 54 jarige. Finish straks als 55 jarige.
De 25e lig ik ook nog 24e blijkt achteraf. Vroeg in de ochtend klim ik op naar een 22e plek (gecorrigeerd voor twee boten die voor me liggen zonder tracking), achter Andreas die ik ver in de nevel om 7 uur plotseling voor me zie varen. Ik loop hard in, ook op Daniela die daar weer voor ligt. Het wordt een duel. Ik vaar nog met 3 reven en kleine spi. Plotseling zie ik floep een grote zwarte spi, maar ik blijf inhalen. Tot de wind wegvalt en ik nauwelijks meer in loop. Ik reef uit en zet mijn grote spi ook maar. Ik zie nu Salvador en dat is een bijzonder moment, vreemd zelfs, om land te zien. Hoe zou dat zijn om straks dichterbij te zijn, na 3 weken. Ik hoor muziek….! En dan verkeer. De elektriciteit is nu op. Ik kan niet meer voldoende laden met het zonnepaneel, want er is bewolking. Die laatste 4 uren stuur ik wel op de hand!
Nog maar 3 mijl voor me hoor ik dat Daniela finisht. Zij lag toch dagen geleden nog 100 mijl op me voor? En Hervé ook, die vlak voor Daniela is gefinisht? Het zal allemaal wel. Nu nog even Andreas…
Het gevecht gaat door. Tot in de baai. Uiteindelijk finish ik in de middag een paar honderd meter voor hem! Op het laatste moment nog een plaatsje gepakt! Sorry Andreas. Maar we kunnen er om lachen en we vonden het allebei een mooie afsluiting van onze Transat 2009. Ik zeker ook! Nederland – Duitsland 1-0 zo vertaalt de organisatie deze strijd later! Het maakt me niet uit.
In de laatste paar honderd meter zie ik een motorboot met een witte snor hard mijn kant op komen. Het zal Kim toch niet zijn? Dan zie ik aan boord een neefje, Ward en –niet te geloven- zusje Eveline! Ik roep verbijsterd: “Wat doe jij hier?”. Stomme vraag natuurlijk. Maar geen Kim. Diepe ontgoocheling aan boord van de NED 602 in de laatste tweehonderd meter naar de finish, toch, het is nu zeker… De motorboot gaat door naar Andreas en komt terug voordat ik finish.
Ik pak de boei kant van de lijn en de toeter gaat. Ik gil het uit. Wat fantastisch. Ik heb het gedaan! Ik ontsteek een fakkel en zwaai en deel dit moment innig, op afstand, met degenen aan boord van de motorboot.
De zodiac sleept me “on the hip” de haven in en daar wordt de door Kim gekozen muziek gespeeld, vuurwerk afgestoken. We leggen de boot “stern-to-quay” vast en ik stap op de stabiele steiger, waar een Braziliaanse in Bahia’s klederdracht mij een caipirinia geeft, een vriendschapsbandje om doet en vervolgens vruchten op een schaaltje aanreikt.
Ik geef aan dat ik met, baard en manier van leven, me als een holbewonder gevoeld heb met bijna geen bewegingsruimte aan boord. Als “caveman” eet ik de vruchten en drink de caipirinia op en heb nog een paar dagen daar buikpijn van… Niets meer gewend….
In het clubgebouw gaan we gedrieën wat drinken en ik pak het leven aan wal op, maar voel me nog wat vreemd afwezig. Onwezenlijk.
10 kilo lichter, gelukkig, gezond en tevreden met de prestatie begin ik aan weken (maanden) van herstel, boot transport voorbereiden, afhandeling van foto’s en films en de terugreis die 48 in plaats van 16 uur duurde…

Robert Rosen Jacobson
Amsterdam