
MINI EN MAXI BASE SOUS MARIN, LORIENT, BRETAGNE, 23 MAART 2010
Inmiddels hebben we ( de NED 602 en ikzelf) de tweede training in Lorient al weer achter de rug. Drie dagen met alle typen weer, en een vierde zeildag niet gezeild en de grootste klussen aan boord maar eens eerst aangepakt. Daarnaast nog eens twee extra dagen “preparation”. Dan denk je dat je er bent, maar er is steeds een nieuw issue aan boord dat om reparatie of verbetering vraagt; Dit is geen project met een kop en een staart, dit is het oneindige proces van de “Ministe”.
Dit keer met de Thalys en TGV heen en weer. Een verademing. 8 uur uit en thuis in plaats van 10 uur met de auto. En je kan nog lekker slapen ook, of je verhaaltje schrijven voor de site natuurlijk. Toch heeft dat ook maar beperkte waarde als je ruw gestoord wordt in je concentratie door een zogenaamd automatische deur die automatisch helemaal uit zichzelf iedere 15 seconden steeds open en dicht gaat. Gelukkig duiken drie Franse spoorweg mannen in spoorweg grijs pak er tegelijk boven op in de kleine doorgang daar. Plafonds worden opengerukt. Aan knoppen gedraaid. Er lijkt weinig systeem in te zitten, de deur blijft maar steeds open en dicht gaan met steeds weer iedere 15 seconden of zo het ontsnappende luchtgeluid, pfffff. De situatie verbetert niet, totdat een van hen de leiding over neemt en kennelijk duidelijke conclusies trekt, de schakelaars op “uit” gezet worden, de pffff deur open blijft staan en de plafonds en deursponningen weer gemonteerd worden. Hehe, de rust in de coupe is eindelijk, na een kwartier, wedergekeerd. Toch niet, want een van de conducteurs, waarvan ik al twijfelde of ik hier wel te maken had met een man (vanwege zijn bibob), begon hard te rukken aan zo’n handige trekkoffer die niet deed wat hij wilde en waar tegenwoordig iedereen mee trappen op en af zeult. Na een wild koffergevecht toverde hij als een goochelaar plotseling een pet tevoorschijn, die prima harmonieerde met de mannelijke, overig saai grijze SNCF (Franse NS) kostuum uitstraling. En net toen ik weer verder wilde gaan met mijn verhaal zag ik in zijn voorbijgang dat de pet met korter dan kort haar eronder toch twee borsten mee droeg en dus toch vrouw bleek te zijn. Verbijstering maakt zich meester van me. Hoe ik steeds afgeleid wordt.
Op de middelbare school had ik 3 jaar maatschappijleer van een zeer nette leraar in driedelig donker pak. Hij moest ons allerlei zaken bij brengen die ik me niet meer kan herinneren. Behalve een ding dan. Dat was dat het erg onbeleefd is (of was) om in de openbare ruimte te eten. Dat vond ik toentertijd vreemd, want wat maakt dat nu uit voor iemand anders op het schoolplein. Want wij bleven toen nog netjes op het plein in de pauze. Inmiddels, dankzij vooral de Thalys, ben ik dit, 30 jaar na dato, de les gaan begrijpen. Dat deze les vooral ook van waarde is op Nederlandse scholen. Waar namelijk in de Franse TGV over het algemeen gegeten wordt in de restauratie, vindt in de Thalys dit eten voornamelijk plaats in de coupe zelf. Vanaf ongeveer 4 meter valt te ruiken om welke maaltijd het gaat. Vervelend is echter, dat in de ochtend en begin middag in de Thalys coupe door iedereen wordt gegeten en de maaltijden qua geur niet meer te onderscheiden zijn. Dat stoort me.
Onwillekeurig start een onderzoek via de restauratie om te begrijpen welke inhoud bij welk type verpakking hoort. Overigens blijkt dan ook dat de omvang en degelijkheid van de verpakking omgekeerd evenredig zich verhoudt tot de inhoud en het aantal calorieën van de inhoud. Dat roept bij mij weer de vraag op waarom we wel letten op ons eigen verbruik en niet op dat van de natuur, met al dat plastic. Bovendien, de verhouding is ook helemaal scheef, als je kijkt naar het nut dat we hebben van die paar minuten dat mensen met die verpakkingen sjouwen, tegenover de 400 jaar die nodig zijn om het af te breken. Maar goed. Een kniesoor die daar op let zult u zeggen. En aan plastic verpakking valt niet te ontkomen. Dat heb ik ook op de oceanen ruimschoots mogen zien… Ongelofelijk. Kennelijk zijn we in ieder geval met onze calorieën erg voorzichtig. Geef mij maar gewoon een stokbrood met losse worst of chocolade, a la cassecroute.
Op de een of andere manier zie je minder als je in een stoel zit die naar achteren gericht staat dan naar voren gericht is. Wat is het Franse landschap toch mooi, tenminste, als je “vooruit” rijdt. Met 200 km/hr schiet je langs de meest prachtige oude boerderijen, valleien, bossen en glooiend landschap. Vreemd, zo’n trein zou niet zo dicht langs die prachtige boerderijen mogen rijden. Die horen thuis in een eeuwig stil landschap.
Dan eindigt de reis Lorient-Parijs op station Montparnasse. Hier neem ik de metro naar Gare du Nord, waar de Thalys vertrekt naar Amsterdam. Ik duik met mijn van te voren gekochte metro kaartje de catacomben van Parijs in en sta hutje mutje in lijn 4 naar Gare du Nord. Dat gaat niet zo maar, want ik heb drie dek-lieren bij me, wat bagage en mijn zeilkleding aan. Parijs is vandaag warm en in de metro is het heet. Nu begrijp ik ook waarom mijn boot zo licht mogelijk moet zijn en ik zo veel moeite doe om zelfs 100 gram te besparen. Deze lieren wegen zo’n 12 kilo bij elkaar, maar het voelt als 25. Het is een gevecht, met die drie lieren in de hand. Had ik maar zo’n trekkoffer….Nee dat toch nooit, ik sjouw gewoon liever lijdzaam door. Zo’n kuddedierkoffer, die zwaarder weegt dan de inhoud daar zal je mij nooit mee zien.
In de hutje-mutje metro weet zich nog een vrouw te wurmen die op harde en overtuigende toon haar situatie aan alle aanwezigen kenbaar maakt: kind, geen werk kunnen vinden en niet genoeg om kind te voeden. Diverse mensen om me heen buigen zich plotseling dieper over hun Blackberry en weten met hun dikke vingers via de kleine toetsjes toch nog een e-mail te versturen. Of ze doen alsof. Ook de andere mensen om me heen, met nieuwe Ipods, zijn aan het patiencen en kunnen dus duidelijk niet zomaar gehoor geven aan de toch duidelijke oproepen van de arme vrouw.
Eindelijk Gare du Nord en wat later de Thalys in, voor etenstijd gelukkig. Geen geuren. Geen plastic. Het “klassieke” interieur heeft een ander stijl dan de TGV. En het lijkt wel of er net een contingent voetbal supporters langs is geweest. Welliswaar zonder messen. Maar toch. Thalys, dat staat toch voor modern, mooi en snel? Nederlandse yuppen gaan zitten en trekken de laptop of EEE PC uit de tas en gaan internetten en belangrijke bellen doen in de coupe. Inderdaad, er staat nergens dat het niet mag. De openbare ruimte en mijn leraar maatschappij leer doemen weer op.
We racen door het Noord-Franse landschap. Vlakker dan ten zuiden van Parijs. En monotoner, zonder leuke dorpjes. Zelfs de auto’s rijden langzamer, waarvan de snelsten toch rond de 200 km/hr rijden. Zoals lang geleden, in mijn pre-Transat tijd, toen ik ook met de auto zo hard mogelijk zo kort mogelijk die 1000 of meer kilometer heen en weer reed. Niet alleen daarin heeft de Transat mijn leven veranderd en rustiger gemaakt.
Hebben mijn leraar Maatschappijleer en zijn lessen openbare ruimte dan uiteindelijk (over zijn waarschijnlijke dood heen) de hand gehad in mijn Transat deelname en mijn “apres -Transat openbare ruimte beleving”?
Robert Rosen Jacobson
NED 602
















